Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1. Feiten
2. Gronden
3. Voorlopige voorziening
4. Wettelijk kader
5. Het verzoek om een paspoort
6. Het verzoek om een nooddocument (laissez passer)
7. Conclusie
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat de minister wordt opgedragen om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een laissez-passer af te geven ten behoeve van [naam kind 1] en [naam kind 2] , geboren te 16 juni 2021 te Jerevan, op grond waarvan zij Nederland kunnen inreizen en tijdelijk op Nederlands grondgebied mogen verblijven;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.518,-.