ECLI:NL:RBZWB:2022:3580
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag bij UWV
Eiseres heeft op 11 juni 2021 een aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) moest verweerder uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, dus uiterlijk 9 augustus 2021, een besluit nemen. Verweerder ontving de aanvraag op 14 juni 2021, maar heeft niet tijdig beslist.
Eiseres stelde verweerder op 16 maart 2022 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder dat een besluit werd genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 379,50, berekend met een wegingsfactor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en griffier M.R. Jouvenaar op 29 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.