ECLI:NL:RBZWB:2022:3585
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaren last onder dwangsom gemeente Breda
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Breda op 12 november 2019 oplegde. Het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat zij na afloop van de bezwaartermijn waren ingediend.
De rechtbank heeft onderzocht of de last onder dwangsom op juiste wijze bekend is gemaakt. Eisers stelden dat de last niet naar het juiste adres was verzonden en dat mevrouw niet voor ontvangst had getekend. De rechtbank oordeelde dat het college de last aan het juiste BRP-adres had verzonden, dat tevens het feitelijke verblijfadres was, en dat aangetekende verzending een vermoeden van ontvangst rechtvaardigt.
De enkele stelling dat de handtekening niet overeenkomt was onvoldoende om het ontvangstvermoeden te ontkrachten. De rechtbank concludeerde dat het college de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat deze te laat zijn ingediend. De beroepen zijn ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren ongegrond en handhaaft het bestreden besluit.