ECLI:NL:RBZWB:2022:3663
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en motivering uitspraak op bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die initieel was vastgesteld op €485.000 en na bezwaar werd verlaagd naar €481.000. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze waarde en de motivering van de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar de waarde heeft bepaald met behulp van een taxatierapport en vergelijkingsmethode, waarbij vergelijkingsobjecten zijn gebruikt die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De motivering van de uitspraak op bezwaar is volgens de rechtbank voldoende, ondanks dat niet specifiek is ingegaan op het verouderde sanitair, omdat hiermee rekening is gehouden in de waarderingsmatrix.
Belanghebbende voerde aan dat de stijging van de WOZ-waarde te hoog was en dat de waarde van het weiland te hoog was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de stijging van ruim 20% over vier jaar niet exorbitant is en dat de waarde van het weiland op basis van de grondstaffel en taxatiewijzer passend is.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €481.000 wordt ongegrond verklaard.