ECLI:NL:RBZWB:2022:3670
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Wob-aanvraag door gemeente Sluis
Eisers hebben op 12 september 2021 een aanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De gemeente ontving de aanvraag op 14 september 2021 en had uiterlijk 13 oktober 2021 moeten beslissen. Eisers stelden de gemeente op 20 oktober 2021 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder besluit.
De rechtbank heeft verweerder meerdere malen verzocht stukken aan te leveren en te reageren op de overschrijding van de beslistermijn, maar verweerder heeft niet tijdig gereageerd en geen besluit genomen. Hoewel verweerder contact had met de rechtbank en stukken aanleverde, bleek daaruit niet dat een besluit was genomen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
Verder moet verweerder het door eisers betaalde griffierecht van €181 vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en wijst erop dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022 besluiten op vóór die datum ingediende Wob-verzoeken met inachtneming van de Woo moeten worden genomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente Sluis op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.