ECLI:NL:RBZWB:2022:3716
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ingediend op 31 maart 2021. Daarnaast klaagde zij over het niet tijdig verstrekken van het volledige dossier.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig verstrekken van het dossier geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en verklaart zich daarom onbevoegd voor zover het beroep daarop is gericht. Wel is het beroep gegrond voor het niet tijdig nemen van een besluit op het herbeoordelingsverzoek, aangezien de beslistermijn van twaalf maanden was verstreken en eiseres tijdig ingebrekestelling heeft gedaan.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen tien weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000. Tevens wordt het maximale bedrag van €1.442 aan reeds verbeurde dwangsommen vastgesteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De rechtbank overweegt dat de langere termijn van tien weken redelijk is vanwege de grote hoeveelheid herbeoordelingsverzoeken en het belang van een zorgvuldige afhandeling. De zaak wordt als licht beschouwd met een wegingsfactor van 0,5 voor de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.