ECLI:NL:RBZWB:2022:374

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
28 januari 2022
Zaaknummer
AWB- 20_10126
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning WIA-uitkering IVA

Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 30 oktober 2020 waarin haar bezwaar tegen weigering van verhoging van haar WIA-uitkering naar een volledig en duurzaam arbeidsongeschiktenuitkering ongegrond werd verklaard.

Op 17 december 2021 heeft het UWV alsnog haar bezwaar gegrond verklaard en haar uitkering met ingang van 19 maart 2019 omgezet in een IVA-uitkering. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 1.841,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 48,00 door het UWV vergoed dient te worden zonder dat een veroordeling daarvoor nodig is.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 2 februari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.841,00 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/10126 WIA
uitspraak van 2 februari 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. B.E. Crone,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 oktober 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de ongegrondverklaring van het bezwaar van verzoekster tegen de weigering haar uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) te verhogen naar een WIA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.
Bij besluit van 17 december 2021 heeft het UWV de bezwaren van eiseres alsnog gegrond verklaard en haar WIA-uitkering met ingang van 19 maart 2019 omgezet in een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft in reactie daarop gesteld met betrekking tot de proceskosten zich te zullen conformeren aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 17 december 2021 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.841,00 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, met een waarde per punt van € 541,00 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.841,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van R.V. van Vliet, griffier, op 2 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.