ECLI:NL:RBZWB:2022:3804

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
11 juli 2022
Zaaknummer
398874 / HA RK 22-131
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Peters
  • Hertsig
  • van Alphen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArtikel 4 lid 2 sub d wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in hoofdzaak

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele zaak. Dit verzoek werd ingediend nadat de rechter al een einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak.

Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang de zaak nog in behandeling is. Omdat de behandeling met de uitspraak was beëindigd, was het wrakingsverzoek niet tijdig.

De rechtbank oordeelde dat de wetgever niet voorziet in wraking na het geven van een eindbeslissing en verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten. De beslissing is definitief en niet vatbaar voor beroep.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend na de einduitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer 398874 / HA RK 22-131
beslissing van 7 juli 2022 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verder ook te noemen verzoekers.

1.Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
  • de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaken;
  • het wrakingsverzoek van verzoekers, ontvangen op 27 juni 2022.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. [rechter] als behandelend rechter in de zaken met nummer 397337 KG RK 22-361.
2.2.
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Daarbij moet voorop worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt dient, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.
3.4.
In dit geval heeft de rechter op 16 juni 2022 in voornoemd zaaknummer uitspraak gedaan en een beschikking gegeven. Verzoekers hebben hun verzoek op 27 juni 2022 gedaan. Dat is nadat door de rechter uitspraak is gedaan en een beschikking is gegeven en dus is het verzoek te laat gedaan.
Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekers niet in het wrakingsverzoek kunnen worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing. Met die beslissing heeft immers iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden.
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub d van Pro het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

4.Beslissing

De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 7 juli 2022 door mr. Peters, mr. Hertsig en
mr. van Alphen, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.