Eiser was sinds 10 november 2019 arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 2 januari 2021 omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
De verzekeringsarts stelde beperkingen vast aan de rechterarm en beperkte belastbaarheid, maar concludeerde dat eiser in principe belastbaar is voor arbeid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschreef dit oordeel en vond geen medische gronden om meer beperkingen aan te nemen. Eiser voerde aan dat pijnklachten en slaapproblemen zijn belastbaarheid verminderen, maar kon dit niet met medische onderbouwing staven.
De arbeidsdeskundige gebruikte passende functies om de mate van arbeidsongeschiktheid te berekenen en concludeerde dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiser stelde dat de functies ongeschikt waren en dat zijn Nederlandse taalvaardigheid onvoldoende is, maar dit werd door de arbeidsdeskundige weerlegd.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat de medische en arbeidskundige beoordelingen betrouwbaar zijn en dat de beëindiging van de uitkering terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.