ECLI:NL:RBZWB:2022:3817
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen arbeid per 19 april 2021
Eiseres was sinds 1 januari 2018 administratief medewerker en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na ziekmelding wegens een Corona-infectie op 26 oktober 2020 kende het UWV haar per 1 januari 2021 een Ziektewet-uitkering toe. Op 14 april 2021 besloot het UWV deze uitkering te beëindigen per 19 april 2021, omdat eiseres geschikt zou zijn om haar eigen arbeid te hervatten.
De rechtbank baseert zich op medische rapporten van een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV, die concluderen dat eiseres ondanks chronische pijnklachten en het afbouwen van medicatie op 19 april 2021 voldoende belastbaar was voor haar administratieve werkzaamheden van 24 uur per week. Eiseres voerde aan dat zij door pijn, vermoeidheid en ontwenningsverschijnselen niet kon werken, en overlegde een expertiserapport dat haar ongeschiktheid bevestigde.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij de artsen alle klachten en medicatiegebruik hebben meegewogen. De verbeterde situatie tussen 1 en 13 april 2021 en het ontbreken van objectief vastgestelde belemmeringen maken dat eiseres op 19 april 2021 geschikt was voor haar eigen werk. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 19 april 2021 wordt bevestigd.