ECLI:NL:RBZWB:2022:3844

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
12 juli 2022
Zaaknummer
BRE 22/2795 GEMWT VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering handhaving schade gevel en overlast deur

Verzoekers zijn eigenaar van een perceel en hebben de gemeente Drimmelen verzocht handhavend op te treden tegen schade aan de voorgevel, het kozijn en de voordeur van hun buren, alsmede tegen overlast door het hard dichtslaan van die voordeur. De gemeente heeft na inspectie besloten geen handhaving toe te passen omdat er geen sprake is van een overtreding en geen instortingsgevaar bestaat.

Verzoekers hebben vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om de buren te dwingen de deur te repareren en bouwkundig onderzoek te laten doen naar de staat van het pand. Zij stelden dat hun fysieke en psychische veiligheid in het geding is en dat er spoedeisend belang is.

De voorzieningenrechter overweegt dat er geen sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening noodzakelijk is. De hoorzitting is gepland en binnen enkele weken wordt een advies verwacht, waarna het college een besluit neemt. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat in deze periode onaanvaardbare overlast of nieuwe schade zal ontstaan.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het weigeren van handhaving wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2795 GEMWT VV

uitspraak van 12 juli 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, verweerder.
Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:
Familie [naam], te [woonplaats] .

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 maart 2022 (bestreden besluit) van het college over de afwijzing van een verzoek om handhaving.
Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1.
Feiten en omstandigheden
Verzoekers zijn eigenaar van het perceel met opstallen aan [adres] . Op 25 januari 2022 hebben verzoekers het college verzocht om handhavend op te treden tegen schade aan de voorgevel, kozijn en voordeur van hun buren aan [adres] ; de familie [naam] . Verzoekers stellen overlast te ervaren en vrezen schade aan hun pand. Volgens verzoekers sluit de voordeur van de buren niet meer goed en verzoekers ervaren overlast, omdat de buren de voordeur hard dichtslaan.
Naar aanleiding van dit handhavingsverzoek heeft een toezichthouder van de gemeente Drimmelen ter plaatse het pand onderzocht. De toezichthouder heeft geconstateerd dat er een scheurtje te zien is in een baksteen. Hij stelt dat er geen sprake is van instortingsgevaar vanwege een scheur in de gevel.
In het bestreden besluit heeft het college het handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er geen overtreding is geconstateerd en het college ziet dan ook geen aanleiding om handhavend op te treden ten aanzien van de scheur in de gevel. De overlast vanwege het hard dichtslaan van de voordeur is niet iets waartegen het college handhavend kan optreden.
2.
Verzoeksgronden
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter dringend verzocht om de buren direct te laten ophouden met het slaan van hun voordeur, en bouwkundig onderzoek te doen naar de bouwkundige staat van [adres] . Zij geven daarvoor de volgende argumenten:
- Hun fysieke en psychische veiligheid is in het geding;
- Dringend verzoek de buren te dwingen de deur zo te repareren dat die niet dichtgeslagen hoeft te worden;
- Dringend verzoek de bouwkundige staat van [adres] te onderzoeken, omdat de voorgevel is (los)gescheurd door heien;
- Dringend verzoek om de gemeente Drimmelen te dwingen het verzoek tot handhaving openbaar te maken, zodat eindelijk duidelijk wordt wat in de buurt is gebeurd en dat er gevaar dreigt (voor de dijk en de panden daarop);
- Dringend verzoek om hulp tegen de misdrijven die door de gemeente Drimmelen jegens verzoekers gepleegd worden.
3.
Spoedeisend belang
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Van onverwijlde spoed is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een besluit op (in dit geval) het bezwaar niet kan worden afgewacht.
4.
Oordeel voorzieningenrechter
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in deze situatie geen sprake van een dermate spoedeisend belang, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de beslissing op de bezwaren van verzoekers.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de gemachtigde van het college de griffier telefonisch heeft laten weten dat de hoorzitting is gepland op dinsdag 5 juli 2022 en dat doorgaans binnen vier weken daarna het advies van de bezwaarschriftencommissie wordt verwacht. De verwachting is dat het college in de eerste collegevergadering na het zomerreces, op 30 augustus 2022, een besluit zal nemen. Het is de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat in die relatief korte periode onaanvaardbare hinder of overlast, dan wel aanmerkelijke (nieuwe) schade aan de woning van verzoekers kan worden verwacht.
5.
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 12 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.