Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege gezondheidsproblemen en digitale problemen bij het indienen.
De rechtbank beoordeelde in het verzet uitsluitend of het buiten redelijke twijfel stond dat het beroep niet-ontvankelijk was. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en is dwingend van aard. Belanghebbende had het beroepschrift pas na de termijn ingediend en kon geen verschoonbare omstandigheden aannemelijk maken.
De door belanghebbende genoemde gezondheidsproblemen en quarantaine in de Covidperiode werden niet als verschoonbaar erkend. Ook waren er geen digitale storingen op de uiterste indieningsdatum volgens de onderhoudspagina van rechtspraak.nl. Het niet kunnen uploaden van JPEG-bestanden was voor risico van belanghebbende. Bovendien had belanghebbende na mislukte digitale indiening niet alsnog per post kunnen indienen of contact opnemen met de rechtbank.
De rechtbank handhaafde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.