Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Breda om aanvullende voorschriften te verbinden aan de exploitatievergunning van haar onderneming. Deze voorschriften omvatten onder meer een verbod voor een bepaalde persoon om zich in het pand te bevinden, het verbod op een dienstverband tussen deze persoon en de vergunninghouder, het verbod op bemoeienis met de bedrijfsvoering, en een verplichting tot het jaarlijks overleggen van loonheffingaangiften.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester de inwerkingtreding van de voorschriften had opgeschort tot vier weken na de beslissing op bezwaar, waardoor deze per 21 juli 2022 zouden gelden. Verzoekster vroeg op 1 juli 2022 om een voorlopige voorziening, maar vanwege verhinderingen van de gemachtigden kon geen zitting worden gepland vóór de inwerkingtreding.
Daarom werd de werking van het bestreden besluit bij ordemaatregel geschorst tot uiterlijk één week na de zitting, die gepland staat op 8 augustus 2022. De voorzieningenrechter benadrukte dat deze ordemaatregel voorlopig van aard is en niet bindend voor de verdere procedure. De burgemeester was niet bereid de uitspraak af te wachten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter R.P. Broeders op 14 juli 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.