Op 25 december 2021 heeft verdachte zijn echtgenote meerdere malen met kracht geduwd, vastgepakt en aan haar armen getrokken, waardoor zij op de grond viel. Dit incident vond plaats in hun woning te Tilburg, waarbij ook hun toen zevenjarige dochter en een vriend aanwezig waren. De rechtbank achtte de mishandeling wettig en overtuigend bewezen op basis van camerabeelden en verklaringen, maar sprak verdachte vrij van het onderdeel slaan omdat dit niet uit de beelden bleek.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte en zijn echtgenote die avond fors alcohol hadden gedronken, wat verklaart dat verdachte zich niet alles herinnert. De mishandeling werd als ernstig beoordeeld vanwege de inbreuk op de lichamelijke integriteit van de echtgenote en de aanwezigheid van het kind, dat zichtbaar probeerde het geweld te stoppen.
De officier van justitie vorderde een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, mede vanwege het minderjarige kind dat het geweld meemaakte. De verdediging pleitte voor een geheel voorwaardelijke straf, verwijzend naar het ontbreken van recidiverisico en de omstandigheden van het incident.
De rechtbank matigde de eis en legde een taakstraf van 40 uur op, te vervangen door 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar opgelegd. De rechtbank benadrukte het belang van het doorbreken van het geweld en de impact op het kind.
De strafbaarheid werd bevestigd, er waren geen strafuitsluitingsgronden. De rechtbank hield rekening met het blanco strafblad van verdachte en het reclasseringsadvies dat geen verhoogd recidiverisico zag. Het vonnis werd uitgesproken op 19 juli 2022 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.