De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 juli 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk beschadigen van een auto in Tilburg op 24 maart 2022. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en de rechtbank acht het bewezen dat hij de auto van de benadeelde partij heeft bekrast, wat materiële schade heeft veroorzaakt.
Verdachte is een zeer actieve veelpleger met een delictpatroon van vermogens- en geweldsdelicten in combinatie met middelengebruik. Eerdere interventies en hulpverleningstrajecten hebben niet geleid tot gedragsverandering. Gezien zijn licht verstandelijke beperking en alcoholverslaving acht de rechtbank een ISD-maatregel passend en noodzakelijk om recidive te voorkomen en gedragsverandering te bewerkstelligen.
De rechtbank wijst het verzoek van de verdediging af om de zaak aan te houden voor onderzoek naar alternatieven zoals langdurige klinische opname of rechterlijke machtiging onder de Wet zorg en dwang, omdat deze niet passend worden geacht. Ook wordt geen aftrek van voorarrest op de duur van de ISD-maatregel verleend en wordt geen tussentijds toetsmoment vastgesteld.
Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van € 55,- schadevergoeding aan de benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt afgewezen vanwege de oplegging van de ISD-maatregel.