ECLI:NL:RBZWB:2022:395

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2022
Publicatiedatum
28 januari 2022
Zaaknummer
AWB- 22_312 VV en AWB- 22_326 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouw omgevingsvergunning

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op een aangrenzend perceel. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen, omdat een bouwbedrijf al was begonnen met het uitzetten van de fundering.

De voorzieningenrechter overweegt dat de voorlopige voorziening bedoeld is om in afwachting van de hoofdzaak een maatregel te treffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Hoewel de bouw binnenkort begint, zal deze na het storten van de fundering en vloeren stilgelegd worden tot na het broedseizoen, conform natuurvoorschriften. De beroepen worden behandeld op 8 april 2022, en de uitspraak wordt in mei 2022 verwacht.

Verzoekers vrezen dat door het storten van de fundering een onomkeerbare situatie ontstaat die de positie van de woning definitief vastlegt. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het storten van fundering en vloeren niet onomkeerbaar is; indien nodig kunnen deze verwijderd of afgedekt worden. Het schorsen zou een onevenredig nadeel voor vergunninghouder betekenen, terwijl het belang van verzoekers beperkt is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de omgevingsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 22/312 WABO VV en 22/326 WABO VV

uitspraak van 27 januari 2022 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[namen verzoekers] , te [woonplaats verzoekers] , verzoekers

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder.

Als derde partij is vergunninghouder [naam vergunninghouder] aangemerkt.

Procesverloop

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 januari 2021 inzake de aan derde partij verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op de locatie [adres woning] te [plaats woning] . Deze beroepen zijn geregistreerd onder procedurenr. 20/1299 resp. 21/1452.
Zij hebben op 20 januari 2022 resp. 21 januari 2022 tevens aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder procedurenr. 22/312 resp. 22/326.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoekers wonen op de aangrenzende percelen [adres verzoekers] . Zij hebben in hun verzoeken aangegeven dat zij een spoedeisend belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning omdat een bouwbedrijf inmiddels is begonnen met het uitzetten van de fundering. De projectleider heeft hen telefonisch gemeld dat op korte termijn wordt begonnen met graven waarna vervolgens het beton wordt gestort.
3.1
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu verzoekers beroep bij de rechtbank hebben ingediend, moet de vraag worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een uitspraak van de rechtbank op dat beroep.
3.2
Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat de omgevingsvergunning tevens is verleend voor handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden en voor handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Namens verweerder is telefonisch te kennen gegeven dat het bouwbedrijf volgens planning op korte termijn de fundering en de vloeren van de woning gaat storten, maar dat de bouw daarna tot 15 juli 2022 zal stilliggen omdat krachtens een voorschrift aan de natuurvergunning het einde van het broedseizoen moet worden afgewacht. De beroepen zullen worden behandeld op de zitting van 8 april 2022 en volgens verweerder kunnen verzoekers daarom de uitspraak van de rechtbank afwachten.
3.3
Verzoekers zijn op de hoogte van de planning van de bouw, maar zij willen hun verzoeken om schorsing van de vergunning toch handhaven omdat door het afwachten van de uitspraak van de rechtbank op hun beroepen een onomkeerbare situatie ontstaat. In dat verband hebben zij aangegeven dat hun beroepen met name gericht zijn tegen de positionering van de nieuwe woning. Die positie komt vast te liggen als de fundering en de vloeren al gestort mogen worden, aldus verzoekers.
3.4
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter levert het storten van de fundering en de vloeren van de woning niet een zodanig onomkeerbare situatie op dat bij afweging van de betrokken belangen dat het schorsen van de omgevingsvergunning is aangewezen. Indien in de bodemprocedure blijkt dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven of dat de positie van de woning gewijzigd moet worden, dan kunnen de reeds aangebrachte fundering en vloeren zo nodig verwijderd worden dan wel afgedekt worden met een laag zand. Verzoekers zouden daardoor niet onevenredig benadeeld worden. Vergunninghoudster weet dat haar vergunning nog niet onherroepelijk is en dat zij tot die tijd bouwt voor eigen rekening en risico. Maar het schorsen van de omgevingsvergunning doorkruist wel haar planning en zou een onevenredig nadeel voor haar betekenen in verhouding tot het belang van verzoekers om gevrijwaard te blijven van het uitzicht op een betonnen vloer op het aangrenzend perceel. Daarbij is in aanmerking genomen dat de uitspraak van de rechtbank in de tweede helft van mei 2022 tegemoet gezien kan worden.
4. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Gelet hierop is er geen grond voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 27 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.