ECLI:NL:RBZWB:2022:4032

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juli 2022
Publicatiedatum
21 juli 2022
Zaaknummer
BRE-21/5259
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep in belastingzaak

Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een belastingbesluit en de inspecteur had dit bezwaar gegrond verklaard, maar het verzoek om kostenvergoeding afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in tegen de afwijzing van de kostenvergoeding. Vervolgens herzag de inspecteur zijn standpunt en bood alsnog een proceskostenvergoeding aan voor zowel de bezwaarfase als de beroepsfase, ter hoogte van €514.

Naar aanleiding hiervan trok belanghebbende het beroep in en verzocht de rechtbank de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten zoals voorgesteld. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.

De rechtbank oordeelde op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting en stelde vast dat de inspecteur aan het beroep tegemoet was gekomen. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van €514 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de inspecteur verplicht is het griffierecht van €49 te vergoeden, waar belanghebbende zich rechtstreeks tot de inspecteur moet wenden.

De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen is de mogelijkheid geboden om binnen zes weken verzet in te stellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van €514 aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/5259

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Procesverloop

In het besluit van 12 november 2021 (bestreden besluit) heeft de inspecteur het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en het verzoek om kostenvergoeding afgewezen.
Belanghebbende heeft tegen de afwijzing op het verzoek om kostenvergoeding beroep ingesteld.
Bij brief van 15 februari 2022 heeft de inspecteur zijn beslissing herzien en aangegeven alsnog bereid te zijn om voor de bezwaarfase en beroepsfase een (proces)kostenvergoeding toe te kennen. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat er proceskostenvergoeding toegekend dient te worden van € 514 gebaseerd op toepassing van het tarief dat is vermeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 269 en een wegingsfactor 0,5 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5).
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, zoals is voorgesteld door de inspecteur in zijn brief van 15 februari 2022.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de inspecteur tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.
De rechtbank beslist zoals partijen zijn overeengekomen, met uitzondering van het griffierecht.
De rechtbank wijst erop dat de inspecteur op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Belanghebbende zal zich hiervoor dan ook tot de inspecteur moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 514,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier,
De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.