ECLI:NL:RBZWB:2022:4032
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep in belastingzaak
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een belastingbesluit en de inspecteur had dit bezwaar gegrond verklaard, maar het verzoek om kostenvergoeding afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in tegen de afwijzing van de kostenvergoeding. Vervolgens herzag de inspecteur zijn standpunt en bood alsnog een proceskostenvergoeding aan voor zowel de bezwaarfase als de beroepsfase, ter hoogte van €514.
Naar aanleiding hiervan trok belanghebbende het beroep in en verzocht de rechtbank de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten zoals voorgesteld. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.
De rechtbank oordeelde op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting en stelde vast dat de inspecteur aan het beroep tegemoet was gekomen. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van €514 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de inspecteur verplicht is het griffierecht van €49 te vergoeden, waar belanghebbende zich rechtstreeks tot de inspecteur moet wenden.
De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen is de mogelijkheid geboden om binnen zes weken verzet in te stellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van €514 aan proceskosten na intrekking van het beroep.