ECLI:NL:RBZWB:2022:4112
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2020 oorspronkelijk werd vastgesteld op €339.000. Tegen deze beschikking en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelastingen maakte belanghebbende bezwaar, dat bij uitspraak op bezwaar ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 10 juni 2022 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €321.000 en de aanslag dienovereenkomstig werd verminderd. Daarnaast werd afgesproken dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding aan belanghebbende zou vergoeden.
Belanghebbende verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn met circa drie maanden was overschreden en kende een schadevergoeding van €500 toe, die voor rekening van de minister komt. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en wees het beroep toe.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €321.000 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.