ECLI:NL:RBZWB:2022:4157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep vennootschapsbelasting afgewezen
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2019 en de opgelegde verzuimboete. Na overeenstemming tussen partijen trok belanghebbende het beroep in en verzocht de rechtbank de inspecteur te veroordelen tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur weliswaar tegemoet was gekomen aan het beroep, maar dat er geen sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Belanghebbende had zelf alle proceshandelingen verricht en er waren geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat belanghebbende wegens betalingsonmacht was vrijgesteld van griffierecht, zodat geen verplichting tot vergoeding daarvan bestond. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen professionele rechtsbijstand is verleend en geen proceskosten zijn aangetoond.