ECLI:NL:RBZWB:2022:4158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep vennootschapsbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2019 en de opgelegde verzuimboete. Tijdens de procedure bereikten partijen een overeenstemming, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoewel de inspecteur aan het beroep tegemoet is gekomen, is niet gebleken dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van beroepsmatige rechtsbijstand, noch dat er proceskosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Daarnaast is belanghebbende vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht, waardoor de inspecteur niet verplicht is dit te vergoeden. De rechtbank concludeert daarom dat geen aanleiding bestaat tot proceskostenveroordeling en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen beroepsmatige rechtsbijstand is verleend en geen proceskosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.