Verzoekster, een 54-jarige vrouw onder bewind, kreeg een bijstandsuitkering toegekend van 14 januari 2022 tot 12 mei 2022. Baanbrekers trok haar recht op bijzondere bijstand voor bewindvoering per 12 mei 2022 in, omdat zij ervan uitging dat verzoekster naar Duitsland was verhuisd. Verzoekster betwistte dit en stelde slechts tijdelijk in Duitsland te zijn geweest.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Baanbrekers onvoldoende onderzoek had gedaan en niet met verzoeksters bewindvoerder had overlegd voordat het besluit werd genomen. Gezien haar kwetsbare situatie en het karakter van bijstand als vangnet, mocht Baanbrekers niet zonder nader onderzoek de bijstand beëindigen.
De rechter stelde vast dat verzoekster niet was verschenen op haar werk en niet bereikbaar was, maar dat dit niet automatisch betekende dat zij definitief was verhuisd. Ook het vermeende samenwonen met een ex-partner was niet onderbouwd. Daarom werd het besluit geschorst en werd Baanbrekers opgedragen de bijstand vanaf 12 mei 2022 voorlopig voort te zetten.
Verder werd Baanbrekers veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is definitief en bindend, zonder mogelijkheid tot hoger beroep.