De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 juli 2022 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder is er niet in geslaagd haar leven te stabiliseren en is niet betrouwbaar en beschikbaar genoeg om de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen.
Tijdens de mondelinge behandeling was de moeder wegens ziekte niet aanwezig en werd zij vertegenwoordigd door haar advocaat. De gecertificeerde instelling (GI) handhaafde het verzoek tot verlenging, stellende dat de moeder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, niet staat ingeschreven bij een gemeente, geen eigen vervoer heeft en meerdere afspraken niet is nagekomen. Tevens zijn er zorgmeldingen over geweld en middelengebruik.
De rechtbank volgt het perspectiefbesluit van de GI dat het perspectief van de minderjarige niet bij de moeder ligt. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, van 10 juli 2022 tot 10 september 2022. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de GI zal de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken tot nader onderzoek.