ECLI:NL:RBZWB:2022:4203
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens tijdige WIA-besluitvorming door UWV
Verzoekster vorderde schadevergoeding van het UWV wegens vermeende late besluitvorming omtrent een WIA-uitkering voor haar werknemer. De aanvraag voor de WIA-uitkering werd op 9 september 2019 ontvangen, met een besluit op 26 februari 2020. Verzoekster stelde dat het UWV onrechtmatig handelde door niet tijdig te beslissen en dat zij daardoor geen beroep kon doen op de no-riskpolis.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beslistermijn conform artikel 101 WIA Pro had verlengd vanwege het verblijf van de werknemer in het buitenland, waardoor het besluit tijdig was genomen. Tevens werd geoordeeld dat een 42-weeksmelding geen aanvraag is en geen aanleiding vormt voor een WIA-beoordeling. Er was geen sprake van een onrechtmatig besluit of onrechtmatige handeling.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en benadrukte dat eventuele schade door feitelijk handelen niet onder bestuursrecht valt, maar civielrechtelijk moet worden aangepakt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het UWV tijdig heeft beslist op de WIA-aanvraag en geen onrechtmatig besluit heeft genomen.