Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Nader procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Turkse taal;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Nadere beoordeling
5.Beslissing
donderdag 15 september 2022;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van cliënt met dementie, type Alzheimer, voor de duur van zes maanden. Eerder was een machtiging verleend voor twee maanden. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 juni 2022 werd vastgesteld dat cliënt stabieler is geworden en dat opname noodzakelijk blijft zolang thuiszorg niet geregeld is.
De arts en teammanager gaven aan dat cliënt baat heeft bij de structuur in de accommodatie en dat terugkeer naar huis alleen verantwoord is met vergelijkbare zorgstructuur en medicatiecontrole. Cliënt en zijn advocaat stelden dat cliënt graag naar huis wil en dat hulpverlening thuis geregeld moet worden, maar dat dit niet kan zolang een rechterlijke machtiging geldt.
De dochter en zoon van cliënt ondersteunen het vrijwillig verblijf in de accommodatie zolang thuiszorg ontbreekt en werken mee aan een opbouwplan voor terugkeer. De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, maar hecht eraan dat cliënt de kans krijgt om thuis te verblijven zodra thuishulp is geregeld.
Daarom werd de rechterlijke machtiging per 24 juni 2022 opgeheven en het resterende verzoek aangehouden tot 15 september 2022, met het verzoek aan CIZ en advocaat om schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken en aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank heft de rechterlijke machtiging per 24 juni 2022 op en houdt het resterende verzoek aan tot 15 september 2022.