ECLI:NL:RBZWB:2022:4213
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangsom studiefinanciering wegens onredelijk late ingebrekestelling
Eiser heeft studiefinanciering ontvangen voor januari tot en met juli 2020, maar voor de periode augustus tot en met december 2020 is de aanvraag afgewezen wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis. Eiser maakte bezwaar en stelde DUO in gebreke op 20 mei 2021 omdat hij geen besluit ontving over studiefinanciering voor 2021. DUO weigerde een dwangsom toe te kennen omdat de ingebrekestelling onredelijk laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep zich beperkt tot het uitblijven van een beslissing over de aanvraag voor studiefinanciering in januari 2021. Volgens de wet moet een bestuursorgaan binnen een bepaalde termijn beslissen en kan een dwangsom worden opgelegd als dat niet gebeurt, tenzij het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die stelt dat een ingebrekestelling ruim 4,5 maand na het verstrijken van de beslistermijn onredelijk laat is. Eiser heeft geen gegronde reden gegeven voor de late ingebrekestelling. Daarom is DUO geen dwangsom verschuldigd en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 28 juli 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de ingebrekestelling onredelijk laat is ingediend, waardoor geen dwangsom aan eiser wordt toegekend.