ECLI:NL:RBZWB:2022:4265
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 16 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had uiterlijk op 16 april 2022 moeten beslissen, na verlenging van de beslistermijn, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres heeft op 12 mei 2022 een ingebrekestelling gestuurd en vervolgens beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de Belastingdienst niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.
Verder stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank weegt mee dat de zaak als licht wordt aangemerkt en past een wegingsfactor toe bij de proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en openbaar gemaakt op 29 juli 2022. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van tien weken op voor besluitvorming en stelt een dwangsom vast wegens overschrijding.