Eiser had een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Na een herbeoordeling door het UWV is dit vastgesteld op 72,37% per 5 maart 2020. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn gezondheidstoestand verslechterd was, onder meer door de ziekte van Wegener, waardoor hij minder uren zou kunnen werken dan aangenomen.
De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige van het UWV hebben het dossier zorgvuldig bestudeerd, eiser onderzocht en geconstateerd dat er geen objectieve verslechtering was ten opzichte van eerdere beoordelingen. De beperkingen zijn vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidsdeskundige heeft berekend dat eiser 27,63% van zijn oude loon kan verdienen met passend werk.
De rechtbank oordeelt dat de medische rapporten voldoen aan de vereiste zorgvuldigheid, begrijpelijkheid en consistentie. Eiser heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van het UWV te weerleggen. De urenbeperking van 20 uur per week is gemotiveerd en passend bij de beperkingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.