Eiser, een voormalig projectmanager, ontving sinds 2017 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft op basis van medische en arbeidskundige beoordelingen vastgesteld dat eiser per 29 maart 2021 geen arbeidsbeperkingen meer had en heeft daarom de uitkering per 30 mei 2021 stopgezet.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Hij onderbouwde dit met onder meer een brief van zijn psycholoog en krantenartikelen. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige van het UWV hebben echter zorgvuldig onderzoek gedaan, waarbij alle relevante medische informatie is betrokken.
De rechtbank oordeelt dat de medische rapporten zorgvuldig, eenduidig en begrijpelijk zijn en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om het oordeel van het UWV te weerleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de arbeidskundige beoordeling in twijfel te trekken.
Daarom is de conclusie dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser per 29 maart 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de WIA-uitkering terecht is beëindigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet vergoed.