Eiseres sub 1 heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een woning. Het college liet de aanvraag buiten behandeling omdat essentiële gegevens ontbraken. Eiseressen maakten bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiseres sub 2 geen belanghebbende is en verklaart haar beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank stelt vast dat het college formeel juist heeft gehandeld door de aanvraag aan te merken als onvolledig en eiseres sub 1 de gelegenheid te geven aanvullende gegevens te verstrekken. Echter, inhoudelijk heeft het college onvoldoende gemotiveerd welke gegevens essentieel waren voor de beoordeling. De rechtbank vindt dat het college had moeten nagaan welke gegevens noodzakelijk waren en de gevraagde informatie daarop had moeten beperken.
Het college heeft niet gehandeld in strijd met het verbod op misbruik van bevoegdheid. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres sub 1.