ECLI:NL:RBZWB:2022:4273
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning verplaatsen en onderkelderen bijgebouw
Eiser maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam had verleend aan vergunninghouder voor het verplaatsen en onderkelderen van een bijgebouw op een perceel in een woonwijk. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de kruimelgevallenregeling terecht was toegepast. Hierbij werd vastgesteld dat het bijgebouw op hetzelfde perceel als het hoofdgebouw wordt gerealiseerd en dat het perceel binnen de bebouwde kom ligt. Daarmee voldeed het college aan de vereisten van het Besluit omgevingsrecht.
Daarnaast onderzocht de rechtbank of de belangen van eiser voldoende waren meegewogen. Hoewel het college weinig contact had gezocht met eiser, was er geen sprake van een onevenredige beperking van zijn belangen. De gevreesde waardevermindering en zichtbeperking waren onvoldoende onderbouwd en konden geen reden zijn om de vergunning te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat het college op goede gronden de vergunning had verleend en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.