ECLI:NL:RBZWB:2022:4406
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.M.Q. van Dooren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013, die door de inspecteur was opgelegd. Na afwijzing van het bezwaar stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Dit beroep werd op 28 juni 2022 ingetrokken met het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De intrekking vond plaats omdat belanghebbende een aanvraag deed voor een tegemoetkoming wegens dubbele premieheffing op grond van de Regeling Tijdelijke Tegemoetkoming Rijnvarenden. Voor toepassing van deze regeling is vereist dat de aanslag definitief vaststaat. De rechtbank vroeg de inspecteur om een reactie, die stelde dat geen sprake was van een gegrond beroep omdat belanghebbende berustte in het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel en dat er geen reden was tot vergoeding van kosten.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet het gevolg was van een tegemoetkoming door de inspecteur, aangezien de aanslag niet was verminderd. De mogelijke toekomstige toepassing van de regeling staat los van de procedure. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht als kennelijk ongegrond af.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de inspecteur.