ECLI:NL:RBZWB:2022:4408
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.M.Q. van Dooren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingaanslag
Belanghebbende kreeg in 2015 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd voor het jaar 2013. Na een ambtshalve vermindering in 2019 verzocht belanghebbende in 2020 om verdere vermindering, welke werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte belanghebbende bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. Hiertegen stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
In juni 2022 trok belanghebbende het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht. De intrekking hing samen met een aanvraag voor tegemoetkoming wegens dubbele premieheffing op grond van een specifieke Regeling, waarvoor de aanslag definitief moest zijn. De inspecteur betoogde dat geen sprake was van een gegrond beroep en dat geen reden was tot vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet het gevolg was van een tegemoetkoming door de inspecteur, aangezien de aanslag niet verder was verminderd. De mogelijke toekomstige tegemoetkoming in een andere procedure staat los van deze zaak. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding en griffierecht als kennelijk ongegrond af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de inspecteur.