ECLI:NL:RBZWB:2022:4419
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 14 december 2020 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, verlengd met zes maanden, een besluit genomen. Hierdoor is de beslistermijn op 14 december 2021 verstreken.
Eiseres heeft verweerder op 16 februari 2022 ingebreke gesteld, waarna zij twee weken later beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op alsnog binnen een redelijke termijn een besluit te nemen.
Hoewel verweerder om een termijn van dertien weken vroeg vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de complexiteit van de integrale herbeoordeling, bepaalt de rechtbank een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak als redelijk. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
De rechtbank wijst het verzoek van verweerder voor een lagere dwangsom af en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres moet vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.