ECLI:NL:RBZWB:2022:4424
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 1 december 2020 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 1 juni 2021 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging tot 1 december 2021. Deze beslistermijn is echter verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
Eiseres stelde verweerder op 9 februari 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog moet beslissen, maar wijst op verzoek van verweerder een langere termijn van zes weken toe vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van het landelijk beleid omtrent de hoogte van de dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen zes weken alsnog te beslissen met een dwangsom bij overschrijding.