ECLI:NL:RBZWB:2022:4426
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 8 april 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 8 oktober 2021 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging tot 8 april 2022. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft daarna niet tijdig een besluit genomen.
Eiseres stelde verweerder in gebreke en na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn werd het beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen tien weken na verzending van de uitspraak alsnog moet beslissen.
Vanwege het grote aantal aanvragen voor herbeoordeling acht de rechtbank een termijn van tien weken redelijk, in plaats van de standaard twee weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande en openbaar gemaakt op 3 augustus 2022.
Uitkomst: Verweerder moet binnen tien weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.