ECLI:NL:RBZWB:2022:443
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren zonder betaling op betaald parkeerterrein
Belanghebbende parkeerde op 20 april 2021 met zijn auto op een betaald parkeerterrein aan de [adres] in [plaats 1]. Hoewel hij een gehandicaptenparkeerkaart heeft, stond hij niet op een gehandicaptenparkeerplaats maar op een regulier parkeervak waarvoor parkeerbelasting geldt. De heffingsambtenaar legde daarom een naheffingsaanslag parkeerbelasting op van €66,80, bestaande uit belasting en kosten.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat hij vanwege bezette gehandicaptenparkeerplaatsen moest uitwijken naar een regulier vak en dat het niet reëel was dat hij een naheffingsaanslag kreeg terwijl een andere auto zonder gehandicaptenparkeerkaart en zonder betaling op een gehandicaptenparkeerplaats stond. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en belanghebbende stelde beroep in.
De rechtbank overwoog dat parkeren op een regulier vak zonder betaling leidt tot verschuldigdheid van parkeerbelasting. Het standpunt van belanghebbende dat een andere bestuurder onterecht parkeerde, is onvoldoende onderbouwd en kan niet leiden tot het vervallen van zijn eigen betalingsverplichting. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.