ECLI:NL:RBZWB:2022:444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens onmiddellijk in- en uitstappen
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting op omdat op twee momenten geen parkeerbelasting was voldaan terwijl de auto stil stond op een parkeerplaats in Breda. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat zij niet parkeerde, maar onmiddellijk in- en uitstapte om haar meervoudig gehandicapte dochter, die op een speciale school zit, te begeleiden.
De rechtbank overwoog dat onder 'onmiddellijk in- of uitstappen' alleen handelingen vallen die daadwerkelijk het in- en uitstappen betreffen, waarbij de tijd die objectief noodzakelijk is om te kunnen instappen ook wordt meegerekend. Uit foto’s bleek dat belanghebbende de auto niet achterliet maar uit de auto stapte om zichtbaar te zijn voor haar dochter en diens begeleider. De rechtbank achtte aannemelijk dat de tijd die de dochter nodig had om naar de auto te lopen en in te stappen niet langer was dan redelijkerwijs noodzakelijk.
De heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat er langer dan noodzakelijk stilgestaan was. Daarom was geen sprake van parkeren in de zin van de Verordening parkeerbelastingen. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de naheffingsaanslagen en beval vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden vernietigd omdat sprake is van onmiddellijk in- en uitstappen.