ECLI:NL:RBZWB:2022:4467
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, dat door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende betwistte echter de ontvangst en daarmee de verzending van de naheffingsaanslag.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de naheffingsaanslag tijdig en op juiste wijze was verzonden, omdat geen afschrift of verzendadministratie was overgelegd. Hierdoor was er geen juiste bekendmaking van de aanslag voor het indienen van het bezwaar.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar prematuur maar ontvankelijk was op grond van artikel 6:10 Awb Pro en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de heffingsambtenaar werd opgedragen alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De rechtbank deed dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.