ECLI:NL:RBZWB:2022:4470

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
4 augustus 2022
Zaaknummer
BRE 21_4122
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens vernietiging naheffingsaanslag

Belanghebbende stelde beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen een naheffingsaanslag door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Tijdens de procedure gaf de heffingsambtenaar aan de naheffingsaanslag alsnog te vernietigen, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank overwoog dat partijen overeenkwamen dat belanghebbende recht heeft op een bedrag van €1.130,- aan proceskosten, bestaande uit kosten voor bezwaar, beroep, griffierecht en de kosten van de naheffingsaanslag. De rechtbank wees echter de vergoeding van het griffierecht en de naheffingsaanslag af, omdat de wet geen vergoeding van griffierecht in deze procedure toestaat en de naheffingsaanslag reeds is vernietigd.

De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van €1.028,- aan proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 5 augustus 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.028,- aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4122

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: A.P.J. van Hamond)
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

Bij uitspraak op bezwaar van 17 augustus 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld.
In de brief van 29 maart 2022 heeft de heffingsambtenaar aangegeven de naheffingsaanslag alsnog te vernietigen.
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Partijen zijn overeengekomen dat belanghebbende een bedrag van € 1.130 toekomt, bestaande uit de tegemoetkoming in de proceskosten voor een bezwaarschrift (€ 269) een beroepschrift (€ 759) en ook het griffierecht (€ 49) en (de kosten horend bij) de naheffingsaanslag (€ 53).
De rechtbank beslist zoals partijen zijn overeengekomen, met uitzondering van het griffierecht en de kosten van de naheffingsaanslag.
Belanghebbende heeft € 49 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de heffingsambtenaar te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De heffingsambtenaar moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).
De rechtbank kan de heffingsambtenaar niet veroordelen tot vergoeding van de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar heeft aangegeven dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.028,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 5 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.