ECLI:NL:RBZWB:2022:4527

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2022
Publicatiedatum
5 augustus 2022
Zaaknummer
AWB- 21_5058
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing ontheffing inburgeringsplicht na latere toekenning

Eiser, afkomstig uit Irak en sinds 2006 in Nederland, diende uiterlijk 4 september 2019 te zijn ingeburgerd. Na het niet behalen van het inburgeringsexamen werd hij beboet en kreeg hij meerdere termijnen om alsnog in te burgeren. Hij volgde eerder cursussen en legde examens af, maar slaagde niet. Op 21 april 2021 verzocht hij om ontheffing van de inburgeringsplicht, welke door de minister werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van leervermogen.

Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij op 12 juli 2021 een leerbaarheidstoets had afgelegd die zijn capaciteiten aantoonde, hoewel de toets toen niet volledig kon worden afgerond. Later, op 5 juli 2022, legde hij opnieuw een toets af waaruit bleek dat hij het examen niet op tijd kon halen, waarna de minister hem ontheffing verleende.

Omdat eiser inmiddels ontheffing heeft ontvangen, acht de rechtbank het beroep niet ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser inmiddels ontheffing van de inburgeringsplicht heeft gekregen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/5058 WIB
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 28 juli 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 oktober 2021 (bestreden besluit) van de minister over het niet verlenen aan hem van een ontheffing van de inburgeringsplicht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 28 juli 2022. Eiser is verschenen. De minister is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

Eiser is afkomstig uit Irak, sinds 2006 in Nederland en werkzaam in een pizzeria.
Eiser is op 10 augustus 2016 door de minister inburgeringsplichtig verklaard. Eiser diende uiterlijk 4 september 2019 te zijn ingeburgerd. Omdat hij toen niet was ingeburgerd is hem een boete van € 1.250,- opgelegd en ook een extra termijn van 2 jaar, tot en met
4 oktober 2021, gegeven om in te burgeren. Deze termijn is uiteindelijk verlengd tot en met 4 augustus 2022.
Eiser heeft van 9 juni 2008 tot 22 november 2010 810 uur aan alfabetiseringscursus gevolgd en verschillende examens afgelegd, maar die niet afgesloten met een voldoende.
Op 21 april 2021 heeft eiser aan de minister verzocht om ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen.
De minister heeft dit verzoek afgewezen. Volgens de minister kan niet worden bepaald of eiser het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen. Eiser heeft op 12 juli 2021 een leerbaarheidstoets afgelegd. Hij heeft echter tijdens die toets niet voldoende antwoorden gegeven om te kunnen bepalen of hij het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen. Eiser voldoet daarom volgens de minister niet aan de voorwaarden voor ontheffing van de inburgeringsplicht.
Eiser kan zich hiermee niet verenigen. Hij stelt dat hij op grond van zijn capaciteiten recht heeft op ontheffing van zijn inburgeringsplicht en dat hij dat op 12 juli 2021 afdoende heeft laten zien. Eiser werd door de toetser gevraagd iets te lezen, maar toen hij aangaf dat hij dat niet kon werd de toetser boos en kon hij vertrekken.
Ter zitting heeft eiser aangegeven dat hij later een andere toetser kreeg die geduldiger was. Inmiddels heeft hij een ontheffing van de inburgeringsplicht. Eiser heeft, ter onderbouwing, een besluit van 15 juli 2022 van de minister overgelegd.
De rechtbank leidt uit dat besluit af dat eiser op 5 juli 2022 (nogmaals) een leerbaarheidstoets heeft afgelegd en dat uit die toets is gebleken dat eiser niet op tijd het inburgeringsexamen kan halen. Omdat eiser genoeg heeft gedaan om in te burgeren, heeft de minister hem ontheffing van het inburgeringsexamen verleend.
Eiser wil met deze beroepszaak ook ontheffing van de inburgeringsplicht bereiken. Omdat hij dat echter al heeft bereikt – hij heeft inmiddels een ontheffing en hoeft niet verder in te burgeren – heeft het geen zin het beroep inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat dat niet inhoudelijk zal worden beoordeeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 28 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in staat de uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.