ECLI:NL:RBZWB:2022:4534
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluiten inzake openbaarmaking documenten op grond van de Wob
Eiseres heeft een Wob-verzoek ingediend voor openbaarmaking van documenten betreffende apotheken. Na uitblijven van een besluit op bezwaar stelde zij beroep in, waarop de minister alsnog besliste en een deel van de informatie openbaar maakte. De minister herzag later dit besluit en maakte aanvullende informatie openbaar, maar weigerde delen op grond van artikel 11 van Pro de Wob.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het uitblijven van een besluit en tegen het besluit van 10 augustus 2021 niet-ontvankelijk is, omdat inmiddels inhoudelijk is beslist en eiseres geen belang meer heeft bij verdere beoordeling. Het beroep tegen het besluit van 4 januari 2022 is ongegrond, omdat de minister terecht bepaalde informatie heeft geweigerd vanwege persoonlijke beleidsopvattingen en verweven feitelijke gegevens.
De rechtbank stelt vast dat de documenten bedoeld zijn voor intern beraad en dat de minister de weigering op correcte gronden baseerde. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken en openbaar gemaakt op 5 augustus 2022.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk voor uitblijven besluit en besluit 10 augustus 2021; beroep ongegrond voor besluit 4 januari 2022; minister veroordeeld tot vergoeding griffierecht en proceskosten.