ECLI:NL:RBZWB:2022:4567

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 augustus 2022
Publicatiedatum
8 augustus 2022
Zaaknummer
AWB- 22_3432 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbGemeentewet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit college gemeente Loon op Zand

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan. Volgens artikel 8:81 lid 1 Awb Pro kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed.

De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2022 kennelijk ongegrond verklaard, waardoor het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening is komen te vervallen. Daarom is het verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier N. van Asten op 8 augustus 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3432

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 augustus 2022 in de zaak tussen

[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker

en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van het college van 24 mei 2022 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De conclusie is dat geen spoedeisend belang resteert, omdat de rechtbank het beroep op 8 augustus 2022 kennelijk ongegrond heeft verklaard. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier. De uitspraak is gedaan op 8 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.