ECLI:NL:RBZWB:2022:4573
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken machtiging en beroepsgronden
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018. Het beroep is ingediend door mr. A. Bennenbroek namens belanghebbende.
De rechtbank constateert dat bij het beroepschrift geen machtiging is gevoegd waaruit blijkt dat mr. Bennenbroek gemachtigd is om namens belanghebbende op te treden. Tevens ontbreken de vereiste beroepsgronden waarin de specifieke punten van onenigheid met het bestreden besluit worden vermeld.
De rechtbank heeft mr. Bennenbroek tweemaal schriftelijk verzocht deze tekortkomingen binnen gestelde termijnen te herstellen, met waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ondanks ontvangst van deze verzoeken heeft mr. Bennenbroek geen machtiging of gronden ingediend.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 12 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en beroepsgronden.