ECLI:NL:RBZWB:2022:4592
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzing en openbaarmaking inspectierapport Wkkgz
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een aanwijzing op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) te geven en het inspectierapport openbaar te maken. De voorzieningenrechter heeft op 28 juli 2022 de zaak behandeld.
De Inspectie Gezondheidszorg heeft in oktober 2021 inspectiebezoeken afgelegd bij verzoekster en een controlerapport uitgebracht dat openbaar is gemaakt. Na een vervolgbezoek in maart 2022 heeft de minister op 19 mei 2022 een aanwijzing opgelegd en het vervolgcontrolerapport openbaar gemaakt. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster inmiddels de zorgverlening volledig heeft beëindigd en niet langer een zorgaanbieder is in de zin van de Wkkgz, waardoor zij geen procesbelang meer heeft bij het verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekster heeft weliswaar aangevoerd dat openbaarmaking de vergoeding van facturen kan bemoeilijken en dat haar eer en goede naam worden aangetast, maar deze vrees is onvoldoende onderbouwd en niet concreet gemaakt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanwijzing en openbaarmaking van het inspectierapport wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.