ECLI:NL:RBZWB:2022:4619
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging bij bezwaar WOZ-waarde
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de vastgestelde WOZ-waarde van een pand. De gemachtigde van belanghebbende heeft bij het beroepschrift geen geldige machtiging overgelegd die aantoont dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om het ontbreken van de machtiging te herstellen, waaronder via brieven op 7 maart, 2 mei en 22 juni 2022. Hoewel een machtiging werd overgelegd op 9 mei 2022, ontbrak de naam van de ondertekenaar, waardoor de rechtbank niet kon vaststellen wie de machtiging had verstrekt. De gemachtigde heeft binnen de gestelde termijnen geen juiste machtiging ingediend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn af, omdat deze termijn niet is overschreden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 16 augustus 2022 door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.