ECLI:NL:RBZWB:2022:4620
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij bezwaar tegen WOZ-beschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde van een pand. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd het beroep te behandelen nadat het beroepschrift was doorgezonden door de rechtbank Oost-Brabant.
De gemachtigde van belanghebbende heeft geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende beroep in te stellen. De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om dit verzuim te herstellen, maar binnen de gestelde termijnen is geen machtiging ingediend.
Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat de redelijke termijn niet is overschreden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.