ECLI:NL:RBZWB:2022:4638
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening herziening en terugvordering WIA- en Toeslagenuitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot herziening en terugvordering van het recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en het intrekken en terugvorderen van het recht op een uitkering op grond van de Toeslagenwet (TW) over de periode van 7 november 2020 tot en met 17 januari 2021.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om de gevolgen van het bestreden besluit te verzachten in afwachting van de hoofdzaak. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten de zaak zonder zitting te behandelen en heeft verzoeker verzocht het spoedeisend belang nader toe te lichten en financiële onderbouwing te verstrekken.
Verzoeker heeft niet tijdig schriftelijk gereageerd met de gevraagde onderbouwing, waardoor onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter overweegt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is om snel een maatregel te treffen in afwachting van de hoofdzaak, waarbij spoedeisendheid essentieel is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.