ECLI:NL:RBZWB:2022:4649
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor hotelbouw
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen heeft op 31 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een hotel met 205 kamers en diverse voorzieningen. Verzoekers dienden bezwaarschriften in, die grotendeels niet ontvankelijk of ongegrond werden verklaard, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank. Verzoekers vroegen op 12 juli 2022 om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de vergunning te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de bodemprocedures gepland staan voor november 2022 en dat de voorlopige voorziening een belangenafweging vereist waarbij het spoedeisend belang centraal staat. Vergunninghoudster was gestart met ondergrondse werkzaamheden, noodzakelijk conform een onherroepelijke watervergunning, en stelde dat de bovengrondse bouw pas medio 2023 zou starten. Het stoppen van de ondergrondse werkzaamheden zou grote vertraging en financiële schade veroorzaken.
Verzoekers betoogden dat de fundering een miljoeneninvestering betreft die de belangenafweging beïnvloedt. De voorzieningenrechter achtte dit onvoldoende omdat de rechtmatigheid van de vergunning nog moet worden beoordeeld en de rechtbank bij vertraging een voorlopige voorziening kan treffen. De belangenafweging viel uit in het voordeel van vergunninghoudster vanwege de onherroepelijke watervergunning en het risico dat ondergrondse investeringen later dienstbaar kunnen zijn aan een aangepast bouwplan binnen het bestemmingsplan.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor hotelbouw is afgewezen.