ECLI:NL:RBZWB:2022:470
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening jeugdhulp na toekenning zorg in natura
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 september 2022 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda inzake de toekenning van jeugdhulp. Tevens heeft zij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om spoedeisend een andere jeugdhulpvoorziening toe te kennen dan de reeds toegekende zorg in natura.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 Awb Pro overwogen dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verzoekster is door de griffier gevraagd om haar spoedeisend belang en de gevraagde voorziening nader toe te lichten. Uit haar reactie bleek geen concreet spoedeisend belang en werd ook niet duidelijk welke voorziening zij wenste.
De voorzieningenrechter constateert dat het bestreden besluit volledig tegemoetkomt aan de aanvraag van verzoekster en dat de gevraagde zorg in natura reeds is toegekend. Er is geen ruimte in deze procedure om een andere voorziening toe te kennen dan de reeds toegekende. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de gevraagde jeugdhulpvoorziening reeds volledig is toegekend.