ECLI:NL:RBZWB:2022:4727

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 augustus 2022
Publicatiedatum
15 augustus 2022
Zaaknummer
C/02/399949/HA RK 22-157
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Kralingen
  • Van der Lende – Mulder Smit
  • De Graaf
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid rechter

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die belast was met de behandeling van zijn ondercuratelestellingszaak. Hij stelde dat sprake was van schijn van partijdigheid omdat de rechter weigerde bepaalde correspondentie te overleggen.

De rechter gaf een toelichting op het procesverloop en maakte duidelijk dat zij pas bij de zaak betrokken was nadat verzoeker een verzoek tot aanhouding van de procedure had ingediend. Tevens bleek dat verzoeker het verzoek tot ondercuratelestelling zowel op 28 als op 30 juli 2022 had ingetrokken.

De wrakingskamer oordeelde dat door de intrekking van het ondercuratelestellingsverzoek geen lopende zaak meer was en verzoeker daardoor geen belang meer had bij het wrakingsverzoek. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en werd geen mondelinge behandeling gehouden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van het ondercuratelestellingsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer C/02/399949/HA RK 22-157
beslissing van 10 augustus 2022 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoeker] ,
verder te noemen: verzoeker.

1.Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
- de processtukken zoals opgenomen in de zaak met nummer 9983692 OV VERZ
22-4200;
  • het wrakingsverzoek ontvangen per e-mailbericht op 28 juli 2022 om 12.33 uur;
  • het e-mailbericht van verzoeker van 30 juli 2022 om 23.00 uur;
  • de reactie van de rechter op het wrakingsverzoek, ontvangen per e-mailbericht op
2 augustus 2022 om 10.33 uur met een bijgevoegde tijdlijn over het verloop van de zaak.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. [voorletters] de Kroon, hierna te noemen de rechter, belast met de behandeling van de zaak met nummer 9983692 OV VERZ 22-4200.
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.

3.De gronden van het wrakingsverzoek

Door gemachtigde is, kort weergegeven, aangevoerd dat de schijn van partijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid van de rechter bestaat doordat de rechter tot tweemaal toe heeft geweigerd om alle gevraagde correspondentie te overleggen.

4.De reactie van de rechter

4.1.
De rechter heeft in haar reactie een toelichting gegeven op het procesverloop onder overlegging van een tijdlijn. Zij licht verder toe dat er op 28 juli 2022 een mondelinge behandeling stond gepland en zij pas bij de zaak betrokken is geraakt toen er op 25 juli 2022 een verzoek tot aanhouding kwam van verzoeker. De rechter merkt op dat verzoeker zowel in zijn wrakingsverzoek van 28 juli 2022 als per e-mailbericht op 30 juli 2022 zijn verzoek tot ondercuratelestelling heeft ingetrokken.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
5.2.
Gebleken is dat verzoeker in zijn wrakingsverzoek het volgende heeft opgenomen:
“(…) En dan kun je maar één ding doen: wraking en voorts ook het verzoekschrift curatele intrekken nu de curator ook niet langer in staat zegt te zijn om in deze situatie zijn werk te doen. (…)”.In zijn e-mailbericht van 30 juli 2022 om 23.00 uur met als onderwerp “
Ingetrokken (uw kenmerk: 9983692 OV VERZ 22-4200)”heeft verzoeker het volgende opgenomen:
“Nogmaals: dit verzoekschrift isingetrokken!Behandeling afgelopen!”.
Gelet op deze berichten is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker zijn verzoek in de hoofdzaak heeft ingetrokken, zowel op 28 juli 2022 als op 30 juli 2022. Daarom heeft verzoeker geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek. Er is door de intrekking van het verzoek tot ondercuratelestelling immers geen verzoek meer dat onder behandeling is van een rechter. De wrakingskamer is om die reden dan ook van oordeel dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot wraking.
5.3.
Omdat sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.

6.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven op 10 augustus 2022 door mr. Van Kralingen, mr. Van der Lende – Mulder Smit en mr. De Graaf, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.